Als docent is het best lastig om een realistische tijdsindeling voor je week te maken. Want hoeveel tijd hoor je aan je werk te besteden? Ik had eigenlijk geen idee. Een werktijdfactor van 0.58, maar wat houdt dat in? Je jaartaakbrief zou duidelijkheid moeten geven, maar welke beginnende docent snapt dat eigenlijk? Om een voorbeeld te noemen: Wat is in vredesnaam een variabele voet?

Een rekensom
Ik heb mijn best gedaan om te berekenen hoeveel uren ik in de week werk. Voor een part-timer een hele ingewikkelde som, maar voor het gemak neem ik nu even de volgende berekening: Een volledige baan in het voortgezet onderwijs bedraagt 1659 klokuren, als je dat verdeelt over de 40 lesweken die Het Rijk rekent kom je op 42,25 uren per week.
Voor je eigen bewustwording is het handig om te achterhalen hoeveel tijd je daarvan met lesgeven bezig bent (bij een volledige baan 833 klokuren) en hoeveel je met voor- en nawerk bezig zou moeten zijn (dit noemen we de opslagfactor en bij een volledige baan is dat 0,7 x het aantal klokuren lesgeven= 624 wat inhoudt dat je voor elke les van 50 min die je geeft 35 minuten mag nemen voor voor- en nawerk). Dan heb je natuurlijk nog tijd nodig voor mentoraat, bijscholing, vergaderen, ouderavonden, invaluren, excursies en buitenschoolse activiteiten etc.

Is het realistisch?
Ik heb de afgelopen weken geprobeerd om me aan het aantal uren te houden. Het bleek onmogelijk, tenminste als je je werk goed wilt doen. En aangezien het streven nog steeds is om de perfecte docent te zijn lukt dat natuurlijk niet. Je hebt dan geen tijd om de lessen attractief vorm te geven, je kunt geen toetsen geven die veel nakijkwerk vergen, je hebt geen tijd om leerlingen fatsoenlijk feedback te geven op hun werk en er is al helemaal geen tijd voor buitenschoolse activiteiten die het onderwijs voor leerlingen en docenten juist leuk en leerzaam maken.

Bewust kiezen voor vrijwillig extra werken
Ik kan je niet aanraden om altijd je rekenmachine te gebruiken als je docent bent. Ik heb er bewust voor gekozen om wel dat stukje extra te blijven geven voor mijn werk. Ik zie het als een stukje vrijwilligerswerk. Een ander helpt misschien een oudere met boodschappen, ik probeer een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Volgens mij is het dan geen probleem dat je elke week extra werkt. MAAR het is wel belangrijk dat het jouw keuze is en dat je het niet ziet als iets wat van de baas moet. Als je het gevoel hebt geen keuze in de zaak te hebben dan moet je daar proberen wat aan te doen.

Overleg met de baas
Blijf altijd bewust van datgene wat een leidinggevende van jou mag verwachten. Wees niet naïef, maar ook niet te assertief. (Het is belangrijk dat je baas jou niet als zeurpiet gaat zien, want daar wordt je werk niet leuker van)  Probeer een balans te vinden tussen geven en nemen. Je hoeft niet altijd alles op de weegschaal te leggen maar er moet wel een mate van redelijkheid zijn. Volgens de CAO hoort werkdruk op je functioneringsgesprek besproken te worden, op die manier kun je aan je leidinggevende laten zien hoeveel je al aan de school ‘ geeft’. Is het toch nog nodig om een extra gesprek met je baas aan te gaan over je werkdruk zorg er dan voor dat je genoeg verstand hebt van de rekensommen, blijf zakelijk en vooral niet emotioneel en hou vooraf rekening met de argumenten die je baas zal aandragen.

tot slot:

  • Controleer voor een gesprek of het schooljaar bij jullie echt 40 weken telt. Als het dit jaar uitkomt op 39 weken zal je werkgever dat (terecht) als eerste argument gebruiken. Dit houdt in dat je elke week iets meer moet werken, maar hoeveel dan wel?
  • Als je beginnend docent bent heb je recht op lestaakvermindering. Vraag na hoe dat bij jou op school is vormgegeven.
  • Als je een lerarenbeurs hebt, heb je ook recht op studieverlof.
  • Volgens de CAO heb je 50 persoonsgebonden uren die je kunt inzetten om meer tijd te hebben voor bepaalde taken. Waar heb jij voor gekozen?
  • Als een school iets wil veranderen aan de opslagfactor dan is een meerderheid van 2/3 van het personeel nodig om die verandering toe te laten.
  • Als jij er bewust voor kiest om meer te doen voor je werk dan er gevraagd wordt, is het niet langer nodig om over je werkdruk te ‘klagen’. Ook niet echt leuk voor de mensen die dat steeds moeten aanhoren natuurlijk.