Soms heb je van die bijeenkomsten waar je van tevoren weinig zin in hebt maar die toch heel waardevol blijken. Maandag aan het einde van de middag had ik er weer een. Een overleg over het begeleiden van LIO-ers en minoren.

Vakcoaches van verschillende scholen waren aanwezig, evenals opleiders in de school. De bijeenkomst was belegd door de universiteit, afdeling lerarenopleidingen. Ze wilden in gesprek met de mensen uit het veld. Dat klonk in ieder geval al positief. Het werd nog beter toen Klaas van Veen, hoogleraar bij de lerarenopleiding van de Rijksuniversiteit Groningen, vertelde dat de universiteit niet alléén de studenten opleidt maar dat ze dat samen doet met de scholen. Op de conferentie ‘Een vliegende start’ afgelopen oktober zei hij: ‘Er is een groeiende aandacht voor goede begeleiding van startende leraren. De discussie binnen scholen komt op gang over het begeleiden van startende leraren, goed opleiden en goed lesgeven. Het is steeds vaker onderwerp van gesprek, en er is meer dialoog tussen scholen en de lerarenopleidingen.’

Het was een zeer geslaagde middag.meeting-469574_1920

We hebben gepraat over vakdidactiek, per vakgroep. Hoe kunnen we de studenten helpen om zich op dit punt te ontwikkelen. Wat mogen we van ze verwachten en welke zaken mogen best nog even wachten. Er werd veel met elkaar gesproken en vooral ook goed naar elkaar geluisterd.

Onder de heerlijke maaltijd hebben we les ideeën uitgewisseld, gepraat over de problemen die we tegenkomen in ons vak en vermakelijke anekdotes gedeeld. Het praten met collega’s en andere mensen uit onderwijsland inspireert! En dat kan de studenten volgens mij alleen maar ten goede komen.