Met een bleek hoofd, zonder echte emotie, stapt hij weer de klas binnen. Het is best een aardige leerling en op toetsen scoort hij redelijk. Zit meestal linksvoor in deze grote klas, havo 4. Soms is hij opvallend aanwezig, afhankelijk van wie naast hem zit. Z’n werkhouding is matig en je zou hem gerust als ongeïnteresseerde puber kunnen omschrijven, die een innige relatie heeft met zijn telefoon.

Gaap
Zijn gedrag irriteert me. Zijn houding, zijn onbereikbaarheid. Soms ook het irritante gedrag. Maar wat me nog het meest irriteert aan hem de laatste tijd, is dat hij z’n hoofd op tafel legt en steeds loopt te gapen. Mijn lessen zijn zoooo saai, dat straalt er volledig vanaf. Hij doet totaal niet mee en is alleen fysiek aanwezig. Ik merk dat het me dwars zit en ik besluit het gesprek aan te gaan.

Het gesprek
‘Zo, wat doe ik allemaal verkeerd volgens jou?’ Zo open ik het gesprek. Hij snapt waarom ik de vraag stel, maar heeft niet echt een antwoord. Ik vraag door en hij concludeert dat hij het allemaal erg saai vindt. Sjonge, wat een eye-opener, die had ik niet verwacht. Ik vraag of dat alleen aan mij ligt of dat het bij meer vakken het geval is. Meneer vindt het bij àlle vakken saai!
Ik heb het met hem over zijn houding en dat ik dat vervelend vind. Dat ik best begrijp dat het soms saai is, maar dat deze houding gewoon niet kan. Dat hij zich eens af moet vragen wat hij eigenlijk op school doet. Of hij echt de komende jaren (ik hoop dat hij door gaat leren, maar dat weet hij niet en daar heeft hij weinig zin in) elke dag zo gaat doorbrengen. ‘Dat is toch echt zonde van je tijd! Zo wil je de komende jaren toch niet door blijven gaan!’ Hij knikt bevestigend.

Toch een eye-opener
We praten nog even zo door. Dan brengt hij ineens wat nieuws in. ‘Maar ik ben gewoon zo moe, mevrouw.’ Ik denk meteen aan pfeiffer of iets anders, maar besluit het simpel te houden en vraag hoe laat hij slaapt en opstaat. ‘Ik ga rond 1 uur op bed en moet er om 7 uur uit.’ Hij ziet mijn reactie en zegt meteen: ‘Ja, voor u is het laat misschien, voor mij niet hoor.’ Ik kom erachter dat hij tot diep in de nacht ‘een beetje YouTube-filmpjes aan het kijken is’ en dat het bij hem thuis heel normaal is dat hij zo laat op bed gaat. Na hem verteld te hebben dat ik nu wel begrijp waarom alles saai is in zijn ogen en waarom hij het liefste zijn hoofd op tafel legt, probeer ik hem te laten inzien dat er toch echt iets moet veranderen. En dat het misschien handig is als zijn mentor dit ook maar meteen weet.

De volgende dag
Ik was zeer benieuwd of ons gesprek überhaupt iets had geholpen. Het was een fijn gesprek met een positieve afloop. Ik zag hem twee uur op dezelfde dag en het viel me niet tegen. Hij stelde zowaar een vraag en kon zijn hoofd ook gewoon omhoog houden. Ik vroeg hoe laat hij op bed was gegaan. Trots zei hij: ‘Kwart over twaalf, mevrouw’.