4221778372_8d38c53a86_z

Met enige regelmaat  denk je het, soms spreek je het misschien ook uit: mond dicht! Want wat is het toch storend als leerlingen voor hun beurt praten (ook al geven ze nog zo’n briljant antwoord), of gewoon niet stoppen met praten met hun buurvrouw.

Een tijdje geleden waren de rollen omgedraaid, toen hadden leerlingen vooral de neiging om tegen mij ‘mond dicht!’ te zeggen. Zodra ik één stap in hun buurt kwam, zag je hun gezichten een tikje opzij draaien. Je zag ze met een veelzeggende blik naar elkaar kijken. Ze stopten met ademhalen. Ze deden hun handen voor hun gezicht. Ze kropen weg in hun T-shirt of trui.

Daar kwam ik aan, met een groot, gapend, genezend gat in m’n mond. Een gat dat, volgens de tandarts, minstens tien dagen de tijd nodig zou hebben om te helen, en tot die tijd dus vieze luchten zou verspreiden. De beste oplossing? Gewoon tien dagen m’n mond houden. Of helemaal ver vooraan, tegen het bord aangedrukt, iets zeggen. Genoeg afstand bewaren tot de leerlingen.

Natuurlijk probeerde ik een gepaste afstand te bewaren tot de leerlingen. Wat vond (en vind) ik dat zelf toch altijd vreselijk als een docent uit z’n mond stonk en heel dicht bij je kwam staan om je iets uit te leggen. Spontaan snapte je niets meer van de uitleg en kreeg je het benauwd, omdat je gestopt was met ademhalen.

Zo’n docent wil ik dus níet zijn. Dus ik had m’n pepermuntjes in de aanslag en kwam niet te dicht bij de leerlingen staan. Ik probeerde er echt rekening mee te houden, maar of het gelukt is? Gelukkig hebben de leerlingen en ik een week herfstvakantie om weer even helemaal op (frisse) adem te komen!