Sportdag : haat en liefde

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: ik heb een hekel aan sportdagen. Je zou denken omdat ik zelf niet een heel sportief type ben maar dat is het niet. Ik vind het heel moeilijk om alles los te laten op zo’n dag. Ik houd van orde en structuur en wat gezelligheid. En in mijn les heb ik dat over het algemeen redelijk in de hand (al zeg ik het zelf :)).

Maar op een dag als deze (want afgelopen week was het weer zover) is die orde een structuur ver te zoeken. Een kleine dertig brugklassers netjes in een rij laten staan bij een zeskampspel, zorgen dat iedereen aan de beurt komt, ze niet aldoor trekken en duwen én dat iedereen gepaste taal gebruikt… Ik krijg het niet voor elkaar. Na drie spellen zitten er al vier kinderen aan de kant die ‘moe’ zijn, een heeft een blessure, nog een paar negeren alle spelregels, de andere twintig willen graag winnen en ik ben op weg naar een leerling die even verderop bovenop een tafeltennistafel staat.
Daarnaast moet ik er misschien even bij vertellen dat ik zelf nogal competitief ben. Ik wil dus eigenlijk wel winnen en moet mezelf bedwingen om niet als een viswijf te lopen schreeuwen

Gewoon loslaten, zei mijn collega. En dat heb ik geprobeerd. Maar moeilijk is dat!

En tegelijk is het zo goed zo’n dag. De leerlingen zijn lekker in beweging na de eerste dagen in de schoolbanken. Ze leren elkaar nog beter kennen en we hopen dat de klas steeds meer een geheel wordt. Ik zie het nut er echt wel van in. Maar ik ben blij dat ik voorlopig weer klaar ben.