” Waarom komt u eigenlijk?” – onzeker over de ouderavond –

Ik moet eerlijk bekennen dat ik nooit zin heb in de 10-minutengesprekken met ouders. Na 5 jaar zou ik moeten weten dat ik me nergens zorgen over hoef te maken, maar toch lukt dat niet. Elke keer als ik het lijstje te zien krijg met ouders die mij willen spreken, vraag ik me af waarom. Soms weet je dat ouders het willen hebben over een slecht rapport of over de lessen die een leerling heeft gemist vanwege ziekte, maar meestal heb ik geen idee. En daar word ik onzeker van. 

In het artikel ” Als je kind maar uitblinkt” van het  NRC (18 oktober) stond dat ouders zichzelf zien als consumenten die kunnen klagen over een product. Met dat exacte voorgevoel ga ik ook vaak naar een ouderavond. Dat blijkt bijna altijd onterecht, maar ja, onzekere gedachten kunnen in je hoofd soms sterker meewegen dan het gegeven dat ik eigenlijk nog nooit een vervelend oudergesprek heb gehad.  Ik ben duidelijk niet de enige docent die af en toe onzeker wordt van ouders. Volgens het NRC is het soms voor startende docenten zelfs reden om met hun werk te stoppen. In het artikel vertelt een lerares: “Ik ren de benen uit mijn lijf, een boze mail aan het einde van de dag van een ouder is een klap in mijn gezicht. Dan denk ik: ik stop ermee.”

Waar ben ik dan onzeker over voorafgaand aan een ouderavond? Ik ga alle namen bij langs en bedenk of ik al deze kinderen wel genoeg aandacht en complimenten heb gegeven, ik bedenk of ik misschien opmerkingen heb gemaakt waar kinderen door zijn gekwetst. Ik vraag me af of ik wel een goed beeld heb van het kind en of ik daar straks wel iets zinnigs over kan zeggen als de ouders voor me zitten. Maar is dat reëel? Als je een leerling maar 1 keer in de week ziet, moet ik dan al een beeld van het kind hebben? En is het realistisch om te denken dat je alle kinderen genoeg aandacht en complimenten kan geven als er nog 30 kinderen omheen zitten?  

Als het dan eenmaal zo ver is blijken alle twijfels voor niks. Ik vraag aan het begin van elk gesprek wat de reden was om met mij in gesprek te willen. Vaak willen ze gewoon even kennismaken of zeggen hoe leuk hun kind het heeft en dat ze de school zo waarderen. De vorige keer kreeg ik zelfs een cadeautje. De meeste ouders zijn gelukkig ook heel realistisch. Ze weten heus wel dat hun kind een beetje verlegen is en dat het daarom moeilijk is voor de docent om er een goed beeld van te krijgen. Sommige ouders benoemen zelfs dat ze niet te veel verwachten van de docent omdat ze weten dat er nog veel meer kinderen in de klas zitten die ook aandacht nodig hebben. Uiteindelijk ga ik altijd met een goed gevoel naar huis. En toch…..Volgende week is het weer zo ver en ik kan niet anders dan me steeds af te vragen: Waarom zouden die ouders komen?

Tot slot nog een paar tips waar ik in mijn eerste jaren veel aan heb gehad:
– Controleer de dossiers van leerlingen. Zijn er zaken waar je in het gesprek rekening mee moet houden? 
– Leg informatie plus een foto van de leerling op tafel tijdens het gesprek. Zo voorkom je vergissingen. 
– Maak een actielijst van dingen die je na het gesprek wilt gaan doen. 
– Probeer niet te veel te beloven aan ouders. Dit soort constructies moet je zien te voorkomen: “Ja hoor mevrouw, ik kan elke les wel even met Tigo z’n agenda doornemen en bij hem zitten terwijl hij met de opdrachten start en dan zal ik u elke dag even via de mail op hoogte houden.”
– Spreek niet namens andere collega’s tenzij je een algemene indruk wilt delen die op een vergadering is gegeven. 
– Heb je geen beeld van een leerling vraag dan aan een paar collega’s wat zij vinden.
– Als een gesprek toch lastig wordt, kun je voorstellen om op een ander moment verder te praten met een andere collega erbij. 
– Ga geen algemene zaken voor de school oplossen. Als iemand echt een klacht heeft en het is niet persoonlijk aan jou gericht, zeg dan gewoon dat je het zal doorgeven aan de directie of verwijs de ouders door naar de persoon die daar wel over gaat. 
– Sta achter je collega’s en blijf dus ook positief over je collega’s tijdens het gesprek.