Wat als ik ze niet stil krijg? – invallen op het vmbo

Wat als ik ze niet stil krijg?
Twee week geleden begon ik met een invalklus: Engels geven aan 3 basis/kader op een andere locatie. Voordat ik begon bekroop me opeens de gedachte : “Wat als ik ze niet stil krijg?”.

Waar moet ik beginnen?
De afgelopen jaren geef ik op één locatie les aan Gymnasium en VWO TTO (tweetalig onderwijs)klassen, onderbouw. Ik geef meestal een paar jaar les aan dezelfde klas. Dus van echt een strijd in klassenmanagement is dan geen sprake. Ze wennen in jaar 1 aan mijn manier van werken, er ontstaat een fijne sfeer en dan probeert niemand dat in gevaar te brengen. Tuurlijk is het wel eens onrustig, praten ze voor hun beurt of praten ze te hard bij samenwerken. Maar nooit had ik me meer zorgen gemaakt om het stil krijgen van een klas. Tot maandag twee week terug. Ik kwam bij het lokaal en liet de leerlingen binnen. Wat een lawaai! Ik sprak Engels tegen ze en toen ging het helemaal los: alleen maar geschreeuw. Opeens dacht ik: “Waar moet ik beginnen?”. Ik had me van tevoren voorgenomen om dezelfde technieken toe te passen die ik ook bij mijn andere klassen gebruik. Ik weet niet of dit bij de doelgroep past, maar ik weet in elk geval wel dat het bij mij past en daar hou ik nu aan vast. Na even te twijfelen greep ik weer terug op het plan dat ik van tevoren had bedacht.  Lees hier meer over het plan.


De eerste les invallen
Binnen tien minuten had ik een leerling op de gang staan. Hij had iets kwetsends door de klas geschreeuwd over een andere leerling. Voor mij is dit de grens over dus vroeg ik hem naar de gang te gaan. Gelukkig deed hij dat!
Ik probeerde verder te gaan met de les: Jezelf voorstellen aan de hand van 2 feiten en 1 leugen. Ver kwam ik niet want alle hoofden waren richting de gang gedraaid. De leerling stond op de gang voor de ramen te springen en op de muur te bonken. Ze begonnen van binnen naar buiten te schreeuwen en andersom. Help, dacht ik. Maar ook: nu doorpakken! Ik liep rustig naar de gang,vertelde de jongen dat ik dit niet kon accepteren en dat hij zich moest gaan melden bij de teamleider.
Later moest ik nog een jongen op de gang zetten omdat hij flauwe dingen naar mij bleef roepen. Ik herinnerde hem eraan wat er gebeurt als hij niet stil om de hoek blijft staan. Kennelijk kwam dat duidelijk over, want hij bleef wél rustig op de gang staan.
Ik kon mijn les redelijk vervolgen. Ik werd vaak in de rede gevallen en als dat gebeurde dan reageerde een andere leerling daar weer op en ontstond er zo’n kettingreactie. Ik heb echt vaak en lang staan wachten. Maar ik heb me gehouden aan mijn eigen voornemens: Geen namen herhalen, niet schreeuwen, niet dreigen zonder het waar te maken. Ondertussen bleek het competitie-element langzaam gedragsverandering teweeg te brengen.

De 2e les:
De sfeer was vanaf de start een stuk rustiger. Het was ook hun eerste uur van de dag, waarschijnlijk hielp dat ook. De jongen die er gisteren uitgestuurd was kwam me vertellen dat hij dat vandaag niet weer wil, want hij heeft een hekel aan nablijven. Prima, dacht ik.
Ik draaide de zandloper om want dat had ik de vorige les met ze afgesproken. Ik wees nog even naar het bord, daar stond als herinnering een plaatje van de zandloper met “na 2 minuten is het stil en heb je je boeken open op blz. 21. En eigenlijk tegen mijn verwachting in lukte dit direct! Een punt voor de klas! Ik nam vervolgens de planning van de les met ze door (de onrust begon wat toe te nemen, maar lang niet zoals gisteren) en startte vervolgens een kort filmpje (1 minuut)  om hun aandacht te vangen en het onderwerp in te leiden. Een techniek die bijna altijd werkt. Halverwege het filmpje had ik een dia ingevoegd (LessonUp) met de instructie van de eerste opdracht. Zo, deze informatie was binnen!
Er volgde een quiz over het filmpje met de wisbordjes (mini-whiteboards). Een simpele quiz, want het gaat mij er alleen nog maar om dat ze de wisbordjes goed leren gebruiken. (meer weten over wisbordjes gebruiken? klik hier)
Ik merkte dat de sfeer anders was. Ik moest leerlingen nog wel herinneren aan hand opsteken voor het praten, maar ik voelde me niet meer uitgedaagd.
Na de quiz wilde ik uitproberen of de klas stil kon werken. Ik hield het doel klein en kort: twee minuten stil werken. En gelukkig duurt mijn zandloper precies 2 minuten. “Weet iedereen precies wat hij moet doen? Geen vragen? Dit kan je doen als je klaar bent…, dit kan je doen als je het niet snapt……, Ok, dan gaan de twee minuten nu in! En wat bleek? Het bleef 2 minuten stil. 3 punten voor de klas en ze staan inmiddels dik voor. (meer weten over competitie in de klas? Klik hier)